Het onderwijs

Ons onderwijs is gericht op het leren van (arbeids)competenties. Die leert de leerling door ze te oefenen en in praktijk te brengen. Het merendeel van onze schoolloopbaan/tijd bestaat daarom uit praktijkvakken en stages.

Wij werken met leerjaren. In principe zitten de leerlingen t/m leerjaar 5 bij ons op school. Elke klas heeft een eigen coach. Indien nodig gaat de coach in leerjaar 1 op huisbezoek en is degene die de individuele ontwikkelingsplannen (IOP) bespreekt met ouders en leerling. In de andere leerjaren maakt de coach ook een IOP met de leerlingen en bespreekt dit met de ouders/verzorgers.

Een leerling krijgt het onderwijs dat bij hem/haar past met een eigen leertempo binnen de vijf leerjaren van het praktijkonderwijs:

Leerjaar 1:

Dit leerjaar is bedoeld om de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs soepel te laten verlopen. Daarnaast worden basisvaardigheden aangeleerd. Zelfredzaamheid is hierbij een belangrijk doel. In dit leerjaar is de leerling bezig met de vragen: Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik worden? De eerste lessen loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) komen aan bod met een eerste oriëntatie richting de sectorkeuze: Winkel, Horeca, Groen & Dier of Techniek.

Leerjaar 2:

De basisvaardigheden en algemene werknemersvaardigheden worden verder uitgebreid en aangeleerd. Er komt een oriëntatie op stage en werk (OS&W) in de lessen LOB, bedrijfsbezoeken en interne stage.

Leerjaar 3:

In dit leerjaar start de leerling met de externe stages. Er wordt gestart met één dag in de week, later wordt dit uitgebreid naar twee dagen. In dit leerjaar verschuift het accent van onderwijs meer richting het verwerven van arbeidscompetenties.

Leerjaar 4:

In leerjaar 4 wordt de stage uitgebreid van twee naar drie dagen. Het accent verschuift nog meer richting het verwerven van arbeidscompetenties. In deze periode kunnen leerlingen ook kiezen welk certificaat ze willen gaan halen.

Leerjaar 5:

In dit laatste leerjaar begeleiden we de leerling naar een passende uitstroom via een externe stage of plaatsing in het vervolgonderwijs. De leerling is meestal maar één dag of dagdeel op school. Indien mogelijk verlaat de leerling de school met een arbeidscontract. Wanneer de leerling onze school verlaat, volgen wij nog twee jaar hoe het met hem/haar gaat. Ook helpen we als er vragen of problemen zijn op de werkplek of de opleiding.

Schakelklas

Is er bij de basisschool twijfel tussen praktijkonderwijs en bbl-niveau? Dan is de schakelklas misschien de plek voor jou.

De schakelklas is bedoeld voor leerlingen waarbij er qua didactische of sociaal emotionele ontwikkeling nog twijfel is tussen vmbo bbl en praktijkonderwijs. Gedurende één schooljaar wordt gekeken of zij door kunnen stromen naar vmbo bbl leerjaar 2 of dat praktijkonderwijs leerjaar 2 beter past. Ook is er de mogelijkheid na de schakelklas door te stromen naar vmbo bbl leerjaar 1. De leerlingen krijgen in de schakelklas les op vmbo bbl niveau. Om door te kunnen stromen moeten de leerlingen aan dezelfde overgangscriteria voldoen als op het reguliere vmbo. De schakelklas krijgt les op beide locaties in een kleine setting.

Aanpak

Aanbod

  • bbl lesstof
  • Kleinere klassen, waar mogelijk
  • Minder docentwisselingen
  • Leerling staat centraal
  • Korte lijnen met ouders

Doelstelling

De doelstelling van de schakelklas is dat een leerling doorstroomt naar leerjaar 2 van de basisberoepsgerichte leerweg (bbl).

Blijkt het bbl-niveau te hoog dan kan een leerling naar het praktijkonderwijs.

Doelgroep

Geschikt voor leerlingen die het bbl-niveau aankunnen, maar behoefte hebben aan:

  • veiligheid;
  • duidelijkheid;
  • structuur;
  • extra uitleg en ondersteuning nodig hebben bij plannen en organiseren van de lesstof;
  • motivatie.

Het gaat om leerlingen die:

  • sociaal kwetsbaar zijn;
  • moeite hebben met grootschaligheid;
  • een korte spanningsboog hebben.

Aanmelding

Aanmelding gaat via het Lingecollege praktijkonderwijs (zie contact). Een toelatingscommissie beslist of een leerling geschikt is voor de schakelklas.

Samenwerking Lingecollege en ROC Rivor

Een aantal jaren geleden zijn we gestart met een samenwerking tussen het praktijkonderwijs en ROC Rivor (mbo) met als doel, het behalen van een Entree-diploma. Het Entree-diploma kan een mooie afsluiting van de opleiding PrO zijn.

Van de leerling wordt een goede beroepshouding verwacht: actief zijn, afspraken nakomen, motivatie hebben om te leren en zelfstandigheid. Er worden theorielessen gegeven en daarnaast is er een stage bij een erkend leerbedrijf.

Wanneer een leerling 16 is, kan hij/zij worden aangemeld voor de pré-ROC klas. De pré-ROC klas neemt 6 maanden in beslag. Eind mei volgt er een test of de leerling mag doorstromen naar de ROC klas.

De opleiding beslaat twee schooljaren. Leerjaar 1 is het voorbereidende jaar. Leerjaar 2 is het examenjaar. Ook hier wordt stage gelopen en gewerkt aan Nederlands, rekenen, loopbaan en burgerschap. Binnen dit hele traject blijft de leerling ingeschreven bij het PrO en volgt de lessen op de Rozenstraat. Het Entree-diploma kan op twee manieren worden afgegeven:

1. Entree met uitstroom naar werk
2. Entree met doorstroomrecht naar niveau 2 van het mbo.

Schoolverlaters

Elk schooljaar verlaten er zo’n twintig tot dertig leerlingen de school. De meeste leerlingen gaan aan het werk, een aantal leert verder op een ROC. De werkplekken die de leerlingen vinden zijn heel divers, bijvoorbeeld kwaliteitsmedewerker bij de supermarkten, medewerker in het groen, werken in het grondverzet, werken in de horeca zoals de catering of in een frietzaak, straten maken, bij de warenhuizen, op de heftruck en nog veel meer. Door middel van stages zijn ze vaak zo ver gekomen. Gelukkig lukt het de meeste leerlingen van school af te gaan met een baan. De school is erg blij met het resultaat!

Leerlingenraad

Op het praktijkonderwijs is een leerlingenraad. In iedere coachclub wordt door de hele klas een leerling gekozen. Deze leerling neemt deel aan de leerlingenraad. De raad is het klankbord van de leerlingen. In de leerlingenraad nemen ook twee docenten plaats. Het praktijkonderwijs heeft een gezamenlijke deelraad (DMR) met de mavo en beroepscollege, die eveneens bestaat uit medewerkers, ouders/verzorgers en eventueel enkele leerlingen.

Branche-erkende cursussen en certificaten

De leerling kan op school branche-erkende cursussen volgen en hierin examen doen. Ook wordt aangeboden om diverse (branchegerichte) certificaten te behalen. Met de coach bespreekt de leerling waar zijn interesse ligt. Door goede inzet en door te slagen voor deze cursussen en certificaten vergroot de leerling zijn kansen op de arbeidsmarkt. Verdieping vindt plaats bij het stagebedrijf, zo leert de leerling het vak. Stagelopen is dus ook een verplicht onderdeel van branchegerichte certificaten. Voorbeelden van deze cursussen en certificaten zijn:

  • Winkelcertificaat

De leerling leert hoe winkels georganiseerd zijn: goederen spiegelen, vakkenvullen, onderhoud, veilig werken en omgaan met klanten. Het is verplicht de stage te doorlopen in een winkel.

  • Doen in Groen – Leerjaar 2

Leren wat werken in de groensector is: onderhoud van plantsoenen, grasvelden en gewassen, de aanleg van een tuin en het werken met machines.

  • SVA werken in de keuken 1

Leren omgaan met professionele apparaten. De leerling leert hoe hij een kok assisteert en krijgt speciale technieken aangeboden.

  • Engels

Leerlingen krijgen Engelse les, waarmee iedere leerling de kans krijgt om het certificaat te halen.

  • Schoonmaak in de groothuishouding

Les over de schoonmaak in de groothuishouding, dus bij grote bedrijven, zoals zorgcentra en kantoren. Veilig werken, stofwissen, moppen, interieur en sanitair onderhouden en ramen wassen.

  • VCA Veiligheid

Een algemene cursus over veilig werken met gereedschap, machines, giftige stoffen enzovoort. Belangrijk voor iedere werkplek!

  • Certificaat heftruck

Een heftruck bedienen en alles over de veiligheid op en om een heftruck. Ook de techniek van een heftruck behoort hierbij.

Stages

Interne stage

Onze leerlingen krijgen externe maar ook interne stages aangeboden om de werknemersvaardigheden aan te leren die ze later nodig hebben. Bij stages komen alle vaardigheden aan bod die nodig zijn om daadwerkelijk als arbeidskracht te functioneren. Zo wordt in leerjaar 2 bij leerlingen een SIWIT-(beroepen-interesse test) afgenomen, zodat gericht een stageplek kan worden gezocht. Voor de interne stage zijn plekken gekozen zodat de leerlingen stapsgewijs kunnen aanleren wat voor vaardigheden ze nodig hebben voor later. Leerlingen die niet toe zijn aan een externe stage, volgen een interne stage. Denk hierbij aan; kleine opdrachten in school, zoals kopjes ophalen en in de vaatwasser doen, was ophalen en schone achterlaten, post wegbrengen en ophalen. Dit gebeurt onder leiding van een coach, vakdocent of de pedagogisch medewerker.

Beroepsstage

Door middel van beroepsstages worden leerlingen voorbereid op werk. Of leerlingen vanaf leerjaar 3 aan stage bij een bedrijf beginnen, hangt af van de individuele ontwikkeling. Om te beoordelen aan welke competenties de leerling nog moet werken, wordt een stage-assessment afgenomen in leerjaar 2. Dit stage-assessment bestaat onder meer uit het voeren van een sollicitatiegesprek en een beroepeninteressetest. Dit wordt ook gebaseerd op informatie van de coach. De school heeft een stagebureau. Stagebegeleiders begeleiden de leerlingen in hun stages. De school heeft een groot netwerk van stagebedrijven. Ook is er veelvuldig contact met de gemeente, UWV en re-integratiebedrijven.